Saternacht

Saternacht (fragment)

Weet je wat ik had willen zeggen? Als twee ogen die samen opengaan en zich sluiten, zo delen wij je horizon, zo blijf je ons geheim. Ik zei geen woord. Roosje sprak wel: 'Samme is van God, hij slaapt onder water.' Later bij je graf bedacht ze zich geen seconde: geen aarde, geen lentebloesem, maar haar beslagen bril gooide ze op je kist. 'Je hoeft niet bang te zijn, Samme, met mijn bril zie je alles! Ook dat had ik willen zeggen: 'Niet bang zijn, liefje, je bent vrij.' Ik kan je niet meer bij de hand nemen, je niet meer beschermen. Wat rest is het sprokkelen van verhalen, beeld voor beeld, stap voor stap. Zo'n beeld, Samme, zo'n stap. Je vader en ik, eenendertig jaar terug. We wilden álles die nacht. Op een zompig bed van verpulverd blad eigenden we ons met trillende leden en een hart van slag dat sleetse, boven alle zinnen verheven álles - van honing tot droesem - toe. Zo ben jij verwekt. In de onzalige bossen. Als vrucht van eenmalig genot. En later... Je moest eens weten, hoe vaak ik gedacht heb, laat het terugkomen, laat het me weer voelen, die roes van onrust. Denken, het gebed der goddelozen, werd mijn gebed. Want goddeloos was ik, goddeloos en gretig. Ik zocht de vuurdoop, de buiteling, betrad verborgen werelden, raakte verteerd door een misselijkmakende lust. Alleen maar handen, mond, alleen de hybris van de korte stonde: de venusbrand. Er waren geen woorden nodig die nacht, geen verdichtsels. Die kwamen later. Ze groeiden als een kwaadaardig gezwel onder de oppervlakte van mijn huid. Ik vertel je hierover, liefje, om bij je te zijn. Toen je nog leefde was dat simpel: ik hoefde mijn hand maar op je voorhoofd te leggen, je in te stoppen en je te knuffelen met Barbie Belinda in je armen. Grote jongen, dacht ik dan, groot babymens, en ik fluisterde, 'ga maar lekker slapen, mijn Samme-diertje.' Ik fluisterde dwaze troetelnamen die jou rustig stemden. Jij zweeg, keek langs mij heen. Wat denk je toch, vroeg ik me af. Wat denkt een mens verstoken van taal? Wat voelt een volwassen man met een pop in zijn armen? Jij kon niet praten. En ik? Ik zocht mijn troost in woorden. Je T-shirt ligt nog altijd onder het kussen. 'We deden het voor jou,' fluisterde je vader op je sterfdag. Ik dacht: zo voelt het, het begraven groen, de tierende passie, zo vindt de gehavende illusie van Eros rust in zichzelf. Zo bedden aanvang en roes zich schrijnend in.

 

Saternacht is een brief aan een gestorven kind; een hartverscheurende bekentenis van een moeder die in haar verleden naar rechtvaardiging zoekt. Het is een wanhopige poging het bestaan te ordenen als het te laat is.

 

Saternacht
160 pagina's
verschenen augustus 2013

isbn: 9789491567537

eBook € 6,99

Recensies


Saternacht werd genomineerd voor de Longlist van de Libris Literatuurprijs 2002.


‘Miriam Guensberg slaagt erin het complexe geheel van gevoelens aangrijpend in kaart te brengen. Daarmee verdient Saternacht een bijzondere plek in de literatuur.’ De Telegraaf


‘Niet bezweken onder overmatige thematiek! Een superieure balans.’ Het Parool


‘Deze paradoxale roman kent de gelaagdheid van alle grote kunst. Zonder twijfel een meesterwerkje.’ Dagblad De Limburger


De Limburger, september 2001

Gods eigen Samme Het laatste nummer van het literaire blad Parmentier' is gewijd aan de holocaustliteratuur. Welke taal kan de verschrikkingen van Auschwitz beschrijven die onbeschrijfelijk die 'onbeschrijfelijk' zijn, vraagt een redacteur zich af. Toch moet het verhaal verteld worden, soms als strip zoals Maus' van Art Spiegelman. Daar doen we er plaatjes bij. Want wat kan een woord, een zin, een tekst? Ik twijfel of een woord de herinnering brengt, dichtte Pernath. Over deze onmacht van de taal schreef Miriam Guensberg een van de indrukwekkendste romans die ik in jaren las, het huiveringwekkende Saternacht, waarin de oorlog en dan vooral die van haar Pools-joodse vader nadrukkelijk een rol speelt, zo als dat ook in haar vorige boeken het geval was. In de kampen leerde de vader van hoofdpersoon Nidia dat het gaat om macht en blinde razernij. Je moet leren die te beteugelen zegt hij tegen zijn dochter. Rede tegen vervoering. Taal tegen woede. Taal verliest, maar taal is het enige dat Nidia kan inzetten in haar verdriet om het verlies van haar dertigjarige zwaar gehandicapte zoon Samme (Gods Samme). Pas op zijn zestiende zei hij iets. Jij kon niet praten, schrijft ze in de brief aan haar gestorven kind die het boek zijn vorm geeft. En zelf? Nidia zocht haar troost in woorden. Woorden om het zwijgen op te heffen in het woordloos bestaan van haar grote zoon in zijn Elvis T-shirt en met een Barbiepopje tegen zich aangeklemd. Deze paradoxale roman (een boek, een woordenstroom om de onmacht van woorden te benoemen) kent de gelaagdheid van alle grote kunst. De psychologische laag vertelt een verhaal met voldoende vlees op de botten over Nidia, haar passies, haar moederschap, de haast ondraaglijke zorg om haar zieke kind, haar joodse vader die spot met joodse spijswetten, haar moeder die pa laat zitten met zijn dochters en een halfjaar later sterft aan borstkanker, haar zusje dat met pagekopje en colbertje hobbelt van feminisme naar communisme om dan troost te zoeken in Israël, en, de mooiste bijrol in een roman ever', mongooltje en dichteresje Roosje, vriendinnetje van Samme en Nidia. De tweede laag, de taalfilosofische die ik al aanduidde, is groots van eenvoud en zeggingskracht. Haar vader zegt een keer tegen Nidia dat hij droomde dat hij de taal kwijt was. En dat hem dat opluchtte. Hij kon weer ademhalen. Een schrijfster moet schrijven en dat is schreeuwen tegen de onmacht, tegen de leegte, staat er, maar dat gebeurt in een wittgensteiniaans besef van het onvermogen maar tegelijk ook van de kracht van taal. Om tegenover de ratio van de taal het bloed van de passie te stellen, huurt Guensberg zonder wichtigmacherei in een derde laag de mythologie in. De mythe heeft oerkracht. De tragische liefde van de middeleeuwse Tristan en Isolde, getoonzet door Wagner wiens muziek geregeld klinkt in het verhaal, is de belangrijkste. Met daarnaast de oudere, dionysische satermythes van lust, van bosgoden en woudmatjes. Nidia's geliefde heet niet voor niks Wout. En Nidia Nidia, want Nietje (koosnaam) = Nietzsche = Nixe. Een nixe' is een boosaardig nimfje dat je kunt paaien met cadeautjes (Roosje verlangt ze steeds) en dat onder water huist, wat wijst naar Tristans dood en naar het eind van Gods Samme. Genoeg analyse. Een verhaal dat zo krachtig het grote leed van de shoah spiegelt in het kleine' leed van Nidia en haar kind, verdient meer dan een rontgenfoto. Saternacht is zonder twijfel een meesterwerkje. Ik koester het. Nidia schrijft dat ze moeder, vader en zoon Samme heeft verloren. Tegenover haar verlies staat als een monument van taal dit boek voor elke lezer die wil begrijpen waarom we dat ook al weer doen: leven.

Koen Eykhout


Het Parool schreef:

'Niet bezweken onder overmatige thematiek! Een superieure balans.'


Dagblad de Limburger:

'Deze paradoxale roman kent de gelaagdheid van alle grote kunst. Zonder twijfel een meesterwerkje.'