De Muze van het Moortgat

Gerard... Gek dat ze hem was vergeten. Ze hadden naast elkaar gezeten. Op school. Er werd gefluisterd dat Gerards bloed niet goed was, hij mocht niet vallen, want dan zou hij doodbloeden. Daarom had ze al haar korsten opgespaard, had ze met uiterste zorg plakkaten geronnen bloed van haar knie gepeuterd. Velpon lijmt alles. Achter de rozenstruik had ze de korsten verstopt. In een plastic zakje. Ze zou Gerard redden, hij was haar vriend, hij vertrouwde haar al zijn geheimen toe: dat zijn vader 's nachts zijn piemel uit zijn pyjamabroek haalde om tussen zijn moeders benen te plassen, dat hij zijn vader dan hoorde hijgen, dat een man zich door zoiets een stuk beter voelt. Wil jij je ook beter voelen, Gerard?' Gerard had geknikt, zijn blauwe ogen hadden hemels gekeken en met zijn kleine garnaaltje had hij tussen haar benen geplast. `Voel je je nu beter, Gerard?' `Nee, vies!' Een maand later was Gerard dood. Ditmaal had ze zich niet schuldig gevoeld aan de dood, het was of haar een abonnement op de eeuwigheid te beurt was gevallen.


Ga terug